Visum kort verblijf: vertegenwoordiging

Als iemand uit een land komt waarvan de burgers visumplichtig zijn, moet hij een visum hebben om Nederland te kunnen inreizen. Dit visum geeft hem het recht om Nederland (en andere Schengen-staten) in te reizen en maximaal 3 maanden te verblijven. Meestal kan zo iemand zich wenden tot de Nederlandse ambassade in zijn land van herkomst of in een buurland. In sommige gevallen is het zo dat Nederland in een bepaald land geen ambassade of geen consulaire afdeling heeft. In dat geval neemt een ander land een besluit namens Nederland. Met enige regelmaat probeert referent (uitnodiger/familielid) in geval van visumweigering  in Nederland  bezwaar aan te tekenen bij de Visadienst/IND. Het bezwaar wordt niet ontvankelijk verklaard: de procedure moet in het land gevoerd worden dat namens Nederland het besluit heeft genomen. 

Heel lang was er een discussie of deze gang van zaken wel in overeenstemming was met het EU-recht en in het bijzonder het beginsel van effectief rechtsmiddel. Procederen in bijvoorbeeld Frankrijk, Zwitserland of Zweden kost vaak veel geld en levert ook praktische problemen op, zoals taalbarrière. De rechtbank in Utrecht besloot een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de EU.

Het Hof bepaalde dat Nederland terecht het standpunt inneemt dat de procedure in het vertegenwoordigende land gevoerd moet worden.

Zie voor het arrest van het Hof: 

http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf;jsessionid=CCC145AD8FFD872AA4BF3BA4158F66C2?text=&docid=216549&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=5791048

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *